Python exercise

4411

Sign in to hand in your solution and get feedback.

# invoer minuten = int(input("tijd (minuten): ")) elektrisch = input("elektrisch (ja/nee): ") beperking = input("beperking (ja/nee): ") # berekeningen # uitvoer print(f"T: {minuten} min | E: {elektrisch} | B: {beperking} | P: € {prijs:.2f}")