Oef - 3.1 Frequentietabel - Energiedrankjes consumptie
Log in om je oplossingen te testen.
# Vervang ??? door het juiste antwoord
# 1. Hoeveel studenten drinken "dikwijls" energiedrankjes?
vraag1 <- ???
# 2. Hoeveel procent is dat? (gebruik decimalen met punt, bijvoorbeeld 3.23)
vraag2 <- ???
# 3. Hoeveel procent van de studenten drinkt zelden of nooit energiedrankjes?
vraag3 <- ???
# 4. Welke proportie van de studenten drinkt minstens "dikwijls" energiedrankjes? (decimaal tussen 0 en 1)
vraag4 <- ???
# 5. Stel dat 50 studenten niet hebben geantwoord en dat ze dat niet deden omdat ze niet wilden toegeven dat ze "zeer vaak" energiedrankjes consumeren.
# Als deze studenten wel hadden geantwoord, wat zou er gebeuren met de verschillende waarden?
# Kies uit: 1, 2, 3, of 4
# 1 = Het totale aantal studenten (N) blijft 310, maar de proportie "zeer vaak" stijgt naar 0.2917
# 2 = Het totale aantal studenten (N) stijgt naar 360, de proportie "zeer vaak" stijgt van 0.1774 naar 0.2917
# 3 = Het totale aantal studenten (N) stijgt naar 360, maar alle proporties blijven hetzelfde
# 4 = Alleen de absolute frequentie van "zeer vaak" verandert, alle andere waarden blijven hetzelfde
vraag5 <- ???
# 6. Hoeveel studenten drinken hoogstens "af en toe" energiedrankjes?
vraag6 <- ???
Je kunt zo vaak indienen als je wenst. Er wordt enkel rekening gehouden met je laatst ingediende oplossing.
Log in om je oplossingen te testen.